Skala der Ausbildung 2/3



Aanleuning, we weten allemaal wat het is, maar hoe bereik je het? Door de opgewekte impuls om te zetten naar losgelatenheid in de kaak en hals. Hierdoor zal het paard zijn hals in een gelijke welving moeten dragen. Het gevolg van de welving in de hals is dat de schoft wordt gelift.

Dit gevolg is nodig voor het paard om ruitergewicht te kunnen dragen.


Paarden hebben namelijk geen sleutelbeenderen, wat ervoor zorgt dat het borstbeen los “zweeft” eigenlijk. De schoft liften en openen zorgt ervoor dat het borstbeen (ofwel de boeg van het paard) ook omhoogkomt. In combinatie met het bekken achteroverkantelen ontstaat een aangespannen bovenlijn, een ronde bovenlijn. Je werkt toe naar horizontaal evenwicht.


Stel je hebt een paard dat het heel lastig vindt om zijn hals te laten vallen. Dan zijn er oefeningen die hem uitnodigen om meer ontspanning in zijn lijf te vinden.

Oefening: Rijd op een kleine volte (klein genoeg zodat je merkt dat het paard net uit zijn comfortzone gehaald wordt) en vraagstelling naar binnen. Zorg dat je paard zacht wordt om je binnen been. Dat wil zeggen vraag je paard om stelling en lengtebuiging aan te nemen. Het is namelijk zo dat een gebogen paard sneller loslaat omdat zijn spieren op rek worden gezet.

Stelling is vaak de ingang naar aanleuning.


Nu we het steeds over impuls gehad hebben gaan we hier maar eens verder in duiken. Impuls is namelijk iets anders dan snelheid. Impuls is de activiteit die door heel het lichaam vloeit. Er zijn paarden die van nature meer impuls hebben bijvoorbeeld; Friezen of Andalusiër. Zij bewegen van nature al met veel energie. Dat zijn vaak dat paarden die in vrijheid als veel beweging door heel het lijf laten zijn. Maar er zijn ook paarden die iets minder impuls laten zien, vaak zijn dit de koudbloedige type paarden. Dat zijn de paarden die je echt moet activeren om van achter naar voren te bewegen. De beweging vanuit de achterbenen aan te laten sluiten met de rest van hun lichaam.


Door impuls op te wekken zal iedere gang meer expressie gaan krijgen. Je werk dan meteen aan een stukje verzameling, want je wilt dat je paard met meer impuls ook meer gewicht op de achterhand gaat dragen. Als het paard meer impuls gebruikt maar zijn gewicht 50/50 op de voor- en achterhand houdt, dan zal er meer een stuwende werking van de benen ontstaan.


Oefening impuls: ga op de volte draven, houd een zuivere takt aan. Daarna vraag je iets meer impuls door te drijven. Maar dit zet je om naar impuls in plaats van snelheid. Dus dan kun je drijvend impuls opwekken maar in hetzelfde ritme blijven lichtrijden. Het paard zal ergens met de opgewekte energie naar toe moeten. Door in hetzelfde ritme te blijven draven, kan hij het niet omzetten naar snelheid maar juist met de benen meer de lucht in.


Volgende week gaan verder in op recht richten en verzameling. Daarnaast ga ik jullie uitleggen waarom je altijd aan alle trede moet blijven werken.


Dit was deel 2 van het Skala der Ausbildung. Laat vooral weten of je er iets aan hebt!


Veel liefs Natanja Schumans

Equitakt horsetraining 🤍 (@equitakt.horsetraining)

13 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven